In de natuur paardrijden is geweldig, maar hou je je dan wel aan onderstaande regels. Zo blijft paardrijden veilig voor jezelf, anderen en het paard!
  • Alle ruiters van een groep die naar buiten gaan (openbare weg en of natuurgebied) moeten minimaal éénmaal zelfstandig gegaloppeerd hebben.
  • Zij moeten worden begeleid door een ruiter die gekwalificeerd is om leiding te geven (of instructeur) en die bijvoorbeeld een geldig ruiterbewijs heeft.
  • De leider van de groep moet de ruiters van de groep voor vertrek instrueren over de commando’s die onderweg worden gegeven en ook over algemene gedragsregels bij val van een ruiter, op hol slaan en dergelijke.
  • De leider van de groep beschikt over een mobiele telefoon met het alarmnummer en de nummers van de manege en de dierenarts. Schakel de mobiele telefoon tijdens de rit uit, in verband met mogelijke schrikreacties van het paard.
  • De leider van de groep heeft een reserve beugelriem en een scherp mes met afgeschermd lemmet bij zich.
  • Een groep die naar buiten gaat mag structureel niet groter zijn dan 10 ruiters in totaal.
  • Een begeleidende fietser mag niet vlak bij of vlak achter het paard rijden.
  • Ruiters die op een manegepaard individueel naar buiten gaan, moeten in het bezit zijn van een geldig ruiterbewijs. Ruiters die op hun eigen paard naar buiten gaan, moeten hiertoe worden gestimuleerd.
  • De instructeur moet alle ruiters in haar bedrijf die buiten willen rijden, inlichten over de eisen verbonden aan het examen voor het ruiterbewijs en de ruiters op hun verzoek opleiden voor het examen.
  • De huisregels en rijbaanregels gelden ook voor buitenrijden, voor zover van toepassing.
  • Bij het rijden in het donker of schemer dient de ruiter de wettelijk verplichte verlichting te voeren, volgens artikel 36 ‘Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens’ (RVV), 1990. De ruiter moet rood licht naar achteren stralen en wit of geel licht naar voren.
  • Het dragen van reflecterend materiaal aan paard en/of ruiter wordt sterk aanbevolen.
  • Bij buitenritten met minder ervaren ruiters/kinderen is de aanwezigheid van een ervaren ruiter gewenst, ter ondersteuning van de instructeur.
  • Ruim achteraf de mest op binnen de bebouwde kom.